Armoedegrens Nederland.

Armoede is helaas een steeds vaker voorkomend probleem in Nederland. Het aantal inwoners dat wekelijks veel te weinig geld overhoudt om van te leven neemt steeds meer toe. Ook langer durige armoede neemt steeds grotere vormen aan. Maar hoe komt het dan dat het steeds slechter gaat en wat is de armoedegrens voor 2016 in Nederland?

Wat is armoede? Wat is de Armoedegrens?

Het begrip armoede betekent het niet zelf kunnen voorzien in de eerste levensbehoeften. Eerste levensbehoeften bestaan uit schoon drinkwater, gezond voedsel, huisvesting, gezondheidszorg en kleding. Hierbij gaat het om standaard oftewel basic levensbehoeften. Wie geen villa, merkkleding of kaviaar kan betalen maar wel een kleine woning, goedkope merken kleding en voedsel, leeft dus niet in armoede. Het begrip armoede kan per land verschillen. In Nederland, waar de mensen al snel verwend zijn door alle luxe van de afgelopen jaren, wordt al snel van armoede gesproken terwijl deze mensen wel een pc met internetaansluiting, een abonnement televisie en een sportclub kunnen betalen. Armoede is enerzijds een persoonlijk gevoel, en anderzijds een in geld uit te drukken begrip. De armoedegrens in Nederland ligt op een inkomen van 1920 euro netto per maand voor een gezin met 2 kinderen. Dit bedrag is inclusief toeslagen die men krijgt ( kindgebonden budget, zorgtoeslag etc.) maar zonder huurtoeslag. Gezinnen met 2 kinderen die minder dan 1920 euro netto per maand te besteden hebben, leven onder de armoedegrens oftewel leven in armoede. Voor een éénoudergezin met twee kinderen ligt die grens op 1540 euro netto per maand. Het is wel duidelijk dat in Nederland veel eerder van armoede wordt gesproken dan in landen waar men al veel soberder leeft.

Hoe ontstaat armoede?

Armoede kan altijd aanwezig zijn in een bepaald land, waarbij grote groepen mensen getroffen zijn door armoede. Dit kan voorkomen doordat een land bankroet raakt, door grote droogte maar ook door oorlog. Armoede kan tijdelijk ontstaan, maar ook vele jaren voortduren. Sommige landen raken al heel lang hun status van armoede niet kwijt.

In Nederland hebben we vooral te maken met individuele armoede. Individuele armoede betekent dat niet het hele land in armoede is, maar slechts een gedeelte van de bevolking. Dit kan ontstaan doordat mensen hun baan kwijtraken, door ziekte of door schulden (vaak door een verkeerd koopgedrag in het verleden). In 2013 leven ruim 1,1 miljoen Nederlanders in armoede. Langdurige armoede is langer dan 4 jaar onder de armoedegrens leven. In 2013 leeft ruim 2.6 procent van de bevolking langdurig onder de armoedegrens. In 2012 was dit nog 2 procent. Dit is een gevolg van de crisis die sinds 2008 is ontstaan, en steeds meer mensen mee omlaag trekt. Van de huishoudens met een bijstandsuitkering is ruim 75 procent als ‘arm’ aan te spreken. Toch leeft niet ieder huishouden met een bijstandsuitkering onder de armoedegrens. In 2015 en 2016 daalt de armoede lichtjes, maar is nog steeds te hoog.

Gevoelsmatige armoede

Zoals eerder gezegd kan armoede ook gevoelsmatig zijn. Mensen die een plotselinge daling van hun inkomen zien, kunnen ineens moeilijker rondkomen met het geld. Dit komt door het uitgavenpatroon dat ze eerder gewed waren. Al snel kan er een gevoel van armoede ontstaan, maar ook kunnen mensen hierdoor in de schulden raken wanneer het uitgavenpatroon niet wordt aangepast aan het nieuwe inkomen.

Ook kunnen mensen met voldoende inkomen toch in armoede leven doordat ze hun geld eerder uitgeven aan tabak, alcohol, drugs, gokverslaving of koopverslaving. De woning raakt hierdoor vaak in verval en er is weinig geld voor kleding en voeding.

Kinderen in armoede

In Nederland leeft één op de negen kinderen in armoede. Steeds meer kinderen raken in armoede doordat hun ouders de maandelijkse rekeningen niet meer kunnen voldoen. Verwacht wordt dat het aantal kinderen in armoede steeds meer zal stijgen door de hogere lasten waarmee de bevolking ieder jaar te maken krijgt. Kinderen die in armoede leven zitten vaak niet bij een (sport)vereniging en kunnen geen verjaardagsfeestje geven. Ook worden deze kinderen vaker gepest op school omdat ze in tweedehands of merkloze kleding rondlopen. Vaak merken de kinderen dat hun ouders verdrietig of boos zijn en voelen ze zich schuldig. Veel kinderen nemen een baantje en kopen van dit geld vaker eten voor hun ouders of extraatjes. Er zijn zelfs kinderen die moeten stelen om aan eten of kleding te komen. Veel van deze gezinnen halen hun voedsel bij de voedselbank. Maar ook de voedselbank raakt steeds meer in een crisis: er komen meer mensen voor voedsel en kleding aankloppen dan dat er binnenkomt.